Size does Matter!
Het debat over het aantal stadsdelen is na de verschijning van een belangrijk rapport daaroover in volle hevigheid losgebarsten.
In een brief aan de centrale gemeenteraad namens 13 GroenLinks fractievoorzitters in Amsterdamse deelraden, geeft Astrid Kuiper, fractievoorzitter GroenLinks in de Zeeburgse deelraad aan waar het volgens GroenLinks op aankomt.
De tekst van de brief aan de Gemeenteraad zoals deze op Astrid Kuipers, website staat
Grotere stadsdelen doen beter waar ze al goed in zijn
Geachte leden van de Gemeenteraad,
Dit voorjaar voert u de discussie over de herziening van het bestuurlijk stelsel, mede naar aanleiding van het advies van de commissie Mertens. In deze open brief maken we u deelgenoot van onze opvatting.
“Wij, de 14 GroenLinks-fractievoorzitters vinden dat de stadsdelendiscussie niet over het aantal stadsdelen moet gaan maar over de versterking van hun belangrijkste bestaansreden: direct contact met de burger en het leveren van maatwerk. Een slagvaardig lokaal bestuur maakt het verschil voor burgers omdat het transparant is, benaderbaar en beïnvloedbaar. Dat betekent niet alleen dat flink grotere stadsdelen meer bevoegdheden moeten krijgen, maar ook dat de invloed van burgers gewaarborgd en versterkt moet worden.
“De commissie Mertens stelt een schaalsprong voor in het bestuurlijk stelsel. Zeven stadsdelen, elk met meer dan 80.000 inwoners, moeten slagvaardiger en “taakrijker” worden dan de huidige 14. Maar over de bevoegdheden moet zich maar weer een nieuwe commissie buigen. Daarmee stelt Mertens schaal en efficiency centraal, terwijl de wezenlijke vraag wie waarover moet gaan niet wordt beantwoord. Anders dan in Rotterdam en Den Haag vormen de stadsdelen hier het feitelijke primaire lokale bestuur. De centrale stad kan zich daardoor richten op de regio, de provincie en Den Haag. Helaas is de tendens omgekeerd. De gemeente eist toenemend zeggenschap over zaken als winkelopeningstijden, horecabeleid en bestemmingsplannen, die juist beter op maat en in direct overleg met bewoners en ondernemers kunnen worden bepaald.
“Mertens miskent hoe urgent deze bevoegdhedendiscussie is. Wij onderschrijven de gesignaleerde bestuurlijke problemen, maar vrezen lange vervolgdiscussies door uitstel van dit cruciale punt. Op veel terreinen blijken stad en stadsdelen onvoldoende in staat om snel resultaten te boeken. We zitten elkaar in de weg omdat bevoegdheden niet helder verdeeld zijn, capaciteit en kwaliteit ontbreken, en competitie eerder dan samenwerking regel lijkt. Dat heeft geleid tot stroperigheid op thema’s als inburgering, het jeugdbeleid, en Welzijn en zorg (de Wmo). Het Bestuursakkoord, begin 2007 gestart om de slagkracht van de stad te verbeteren, resulteerde in een verdere toename van tussenlagen en bestuurlijke overleggen. Het werd een achterkamertjesakkoord, dat zich onttrekt aan transparantie en democratische controle. Funest voor het functioneren van de stad en voor het vertrouwen van burgers. Het is dan ook goed dat er wat verandert. Voorop moet dan wel staan wat de doelen van een stelselherziening zijn, en wat dat oplevert voor de burger.
“Net zomin als het probleem, is ook de oplossing zeker niet alleen gelegen in de omvang of het aantal stadsdelen. Belangrijker is het beëindigen van de strijd tussen stadsdelen en centrale diensten en het afschuiven van verantwoordelijkheden over de uitvoering. Wij, 14 fractievoorzitters waarvan er tien als onderdeel van een stadsdeelcoalitie, willen een schaalsprong niet alleen met uitbreiding van taken en middelen, maar ook van bevoegdheden. Daarbij gaat het niet om bestuurlijk landjepik. Er zijn zaken die evident bij de centrale stad thuishoren omdat stadsdelen die niet kunnen waarborgen, zoals openbare ordevraagstukken, goed openbaar vervoer en zorg. Maar thema’s als evenementenbeleid, inrichting en onderhoud van wegen, inburgering, inzet van cameratoezicht en toezicht op leegstand zijn bij stadsdelen van 80 tot 130 duizend inwoners gewoon beter belegd. In vormgeving en uitvoering van beleid heeft op al deze beleidsterreinen een laagdrempelige overheid die maatwerk kan leveren een duidelijke meerwaarde. Stadsdelen scoren daarin beter dan de centrale stad.
“Zaak is de stad met minder, maar meer gelijkwaardig samenwerkende stadsdelen toegankelijker te maken voor burgers. Meer bevoegdheden voor minder stadsdelen maakt het mogelijk te snoeien in het oerwoud aan overleggen, en stadsdelen een meer autonome positie te geven richting centrale stad en machtige derden, zoals private partijen. De verhouding tot de centrale diensten moet er een worden van opdrachtgever en opdrachtnemer, waarbij bestuurlijke kaderstelling en publieke verantwoording prevaleren boven ‘eigen beleid’ van de diensten. Waar Mertens de centrale stad adviseert de bestuurlijke kaders voor de stadsdelen strakker te stellen, is onze conclusie omgekeerd. Zonder uitbreiding van middelen én bevoegdheden schiet een taakverzwaring voor stadsdelen haar doel voorbij. Er ontstaan dan weliswaar democratisch gekozen deelraden, maar ze maken nauwelijks nog verschil. En lopen het risico van afnemend contact met burgers, terwijl dat toch hun belangrijkste bestaansreden is.
“Democratische beginselen verzetten zich niet principieel tegen schaalvergroting. Ook grote stadsdelen kunnen – zo toont de ervaring – participatie bij vormgeving en uitvoering van beleid waarborgen. Maar niet vanzelfsprekend. Stadsdelen kunnen alleen geloofwaardig inzetten op maatwerk, interactieve beleidsvorming en wijkgericht werken als hun deelraadbestuurders ergens over gaan. Grotere stadsdelen moeten daar dan wel op toegerust blijven. Mertens is in dat opzicht tekort geschoten.”
Met vriendelijke groet,
Astrid Kuiper stadsdeel Zeeburg
en de 13 andere fractievoorzitters van GroenLInks
Bram Bos (Oud-Zuid)
Fjodor Molenaar (Centrum)
Wessel Breunesse (Bos & Lommer)
Kas Burger (Oost-Watergraafsmeer)
Rutger Groot Wassink (Westerpark)
Eksik Gülseren (Geuzenveld)
Coos Hoebe (Baarsjes)
Jan Kok (Zuideramstel)
Ciska Ligteringen (Osdorp)
Karim Maarek (Oud-West)
Wim Molenaar (Noord)
Elly Muller (Zuid-Oost)
Avni Turgut (Slotervaart)





